Binbrook - Schinveld: een vliegtuig dat niet terugkeerde, de EE 167; uit het jaarboek van de Schinveldse Heemkundige vereniging De Veersjprunk 1994.


In die letterlijk en figuurlijk donkere nachten van de Duitse bezettingstijd bracht het monotone gebrom van de hoog overtrekkende bommenwerpers hoop in de harten van het geknechte
volksdeel en angst in die van hen die tot de bezettende macht - en haar handlangers - behoorden.
 
Tommies waren het die daar hoog in de duistere hemel op weg gingen om de gehate vijand een koekje van eigen deeg te geven. En eens, eens zou de tijd komen waarop die Tommies naar 
Nederland en dus ook naar Schinveld zouden komen. Als mensen van vlees en bloed en dan niet belichaamd in een groot vliegtuig, zo onbereikbaar hoog in de lucht. Vóór het echter zo ver
was, zouden nog heel veel, te veel, van die onbereikbaren uit de lucht komen vallen en hun jonge leven eindigen in een land dat soms zo erg ver van hun eigen vaderland was gelegen.
In die zwarte nachten vlogen de Engelsen van de RAF, de Royal Air Force, of delen van die luchtmacht uit de gemenebestlanden. Overdag trokken de Amerikanen, meestal van de Eighth Army Air Force (de Mighty Eight) hun  witte condensstrepen langs de hemelkoepel. En zowel in die nachten als overdag waren de Duitsers paraat om te trachten zoveel mogelijk vijanden 
het bombarderen van hun 'Heimat' te beletten. Felle luchtgevechten woedden aan de hemel die er niet zelden in eindigden dat een of meer vliegmachines, vriend en vijand, vroegtijdig en gewelddadig naar beneden kwamen vallen.
In het luchtruim van Nederland was dat van 1940 tot 1945 het geval met ongeveer zevenduizend vliegtuigen waarvan er naar schatting alleen al in Limburg zo'n vijf- tot  zeshonderd 'crashten'. Schinveld had wat dat betreft in die bezettingsjaren geluk: zover ik heb kunnen nagaan, kwam 'slechts' één machine op haar grondgebied neer en daarover handelt dit artikel.

Minstens twee zaken hadden die vliegers van vriend en vijand destijds met elkaar gemeen: 
ze waren militair, maar vooral en meestal in de eerste plaats waren ze hartstochtelijk piloot; 
verknocht aan het vliegen. In vredestijd zouden de Duitse, Engelse en Amerikaanse 
vliegeniers het waarschijnlijk prima met elkaar hebben kunnen vinden. In oorlogstijd eindigde 
hun ontmoeting echter maar al te vaak in een dramatische dood. Dat was ook in de nacht
van 14 op 15 juni 1943 boven Schinveld het geval. Zij die er getuige van zijn geweest, 
zullen her nooit vergeten: een brandend vliegtuig scheerde met veel lawaai over het dorp 
om even later te pletter te slaan in een bosperceel tussen de 'Ruscherhof' en de Emmastraat, 
achter de tegenwoordige Curver-plasticfabriek. Die 15e juni wist men in Schinveld al gauw te
vertellen dat het een Engelse bommenwerper was geweest die in dat bosje z'n vroegtijdig 
einde had gevonden. En er waren verschillende dode piloten gevonden. Een enkeling wist 
later te vertellen, dat het een Lancasterbommenwerper was geweest. Zo'n grote, viermotorige.

Maar wat was het: nu precies geweest? Wat was er gebeurd? Helaas weet ik meer te vertellen 
over het vliegtuig dan over de ongelukkige inzittenden. Dat waren in Ieder geval zeven mannen. 
En het waren geen Amerikanen zoals wel gedacht is. De bemanning bestond uit 5 Australiërs,
een Engelsman en een Canadees. Een gemengde bemanning dus! Wat ik van hen weet, volgt hier. 
Het toestel - inderdaad een Lancaster, codenaam AR-N, de grootste en beste 
bommenwerper die de Britten in de Tweede Wereldoorlog in de strijd wierpen -
werd gevlogen door de 23-jarige Flight Sergeant GR Cope. Hij werd daarin
bijgestaan door de boordwerktuigkundige, die tevens als co-piloot optrad, de functie die  werd bekleed door óf E Booth óf WR Matheson Van beide mannen weet ik geen leeftijd. Ook zij waren sergeant. De bommenrichter, die tevens neuskoepelschutter was en zijn plaats vóór in de neus van de grote machine had, heette D Douds en was eveneens Flight Sergeant. Hij was 21 jaar oud.
 
De radio-verbindingen werden onderhouden door de 32-jarige DH Crough, ook een sergeant. Als navigator trad op de enige officier van de bemanning: de 34-jarige Flying Officer HL Gordon, een advocaat. De resterende functies aan boord waren die van staartkoepelschutter en rugkoepelschutter. Ik weet niet, wie die functies bekleedde, maar voor die twee posten komen in aanmerking het zevende lid van de bemanning: de 21-iarige DG Finlason - die in ieder geval schutter was en/of de reeds genoemde Booth of Matheson. Finlason was overigens ook Flight Sergeant. Met uitzondering van Booth en Matheson maakten zij deel uit van de Royal Australian Air Force, (RAAF) maar zij waren ingedeeld bij het 460 Squadron. Dit squadron was een zogenaamd Australisch squadron hoewel Booth tot de Engelse RAF behoorde en Matheson tot de Royal Canadian Air Force (RCAF).

Op de foto rechts: Donald Finlason.

Zo'n squadron telde meestal ongeveer 15 vliegtuigen. Waarom de Engelsman en de Canadees deel uitmaakten van deze bemanning, is mij niet bekend. Het vliegtuig was die avond opgestegen vanaf de basis Binbrook in Engeland om, gezamenlijk met 198 andere Lancasters en 6 Mosquito's, de stad Oberhausen te gaan bombarderen. Daarvoor hadden ze deze bommenlast aan boord: 'Bomb load 1x4000lb, 56x30lb, 690x4lb incendiaries'.

De onfortuinlijke bemanning van de Schinveldse Lancaster zou aan bombarderen echter niet toekomen. Hun collega's in de andere toestellen hadden meer succes: in Oberhausen werden bij het bombardement 267 gebouwen vernield en 584 zwaar beschadigd. 85 bewoners van de Duitse stad kwamen om in de vuurzee terwijl nog eens 258 anderen gewond raakten.
Volgens de Britse legerleiding gingen die nacht 17 Lancasters verloren. De Duitsers hielden het op 20 stuks. Het 460 Squadron was daarbij wel heel zwaar getroffen: behalve de 'kist' die in Schinveld neerging, stortten nog twee van haar Lancasters die nacht neer. Eén in België en één in Schellingwoude. De Lancaster die in Schinveld zijn laatste vlucht beëindigde, was op de romp voorzien van de geschilderde letters AR-N (AR is de code-aanduiding voor het 460 Squadron) en van het eigen serienummer EE-167. 
Het was een splinternieuw vliegtuig van het Lancastertype B III. Dat wilde o.a. zeggen, dat het toestel uitgerust was met vier Merlin 28 motoren. De vliegmachine maakte deel uit van een serie van 620 Lancasters die door AV Roe in Chadderton in 1941 besteld waren en welke serie werd gebouwd en afgeleverd van november 1942 tot en met juni 1943. Van deze serie werden 491 stuks als type B III gebouwd en de rest als type B I. De EE-167 werd op 8 juni 1943 in gebruik genomen. Dus toen piloot Cope op de late avond van 14 juni 1943 in Binbrook opsteeg om in de lucht met vele andere bommenwerpers te verzamelen voor de gevaarlijke vlucht naar Oberhausen, was zijn machine pas zeven dagen oud!

Toen de stroom bommenwerpers, waaronder de EE-167, het vaste land naderde, werd daar op de diverse bases van de Luftwaffe alarm geslagen, Vooral op die bases waar zogenaamde 'nachtjagers' gestationeerd waren. Deze nachtjagers waren ingedeeld bij ‘Nachtjagdgeschwader' waarvan het Geschwader nummer 1 werkzaam was boven Nederland. Zo lag de 'Erste Gruppe' van het Nachtjagdgeschwader 1', aangeduid als I.NJG 1, op de Fliegerhorst Venlo/Herongen. Zo'n 'Gruppe' omvatte meestal drie 'Staffel' van elk ongeveer 10 vliegtuigen. Dat waren veelal tweemotorige Messerschmitts van het type 110 gewoonlijk aangeduid als Bf-110. Dit vliegtuig had zich, na aanvankelijk voor andere doeleinden ingezet te zijn (waar het niet voor deugde) ontwikkeld tot een uitstekende nachtjager. Het had een bemanning van twee koppen: de piloot en een man die de dubbele functie van 'Funker' en boordschutter uitoefende. Deze zat in de lange en smalle cockpit achter de piloot. Later in de oorlog kwam er nog een derde man  bij: een vaste boordschutter zodat de marconist zich geheel aan zijn in voor de nachtjacht, onontbeerlijke, taak kon wijden.

Het gaat in het bestek van dit artikel te ver om uit te wijden over organisatie en opzet van de 
Duitse nachtjacht. Het was samenspel van radarpostbemanningen op de grond, de Jägerleitoffizier en de vliegtuigbemanning. Vanaf de grond hield de Jägerleitoffizier contact met de Funker in het vliegtuig. Hij praatte de nachtjager tot bij de bommenwerper en dan moet de jachtjagerbemanning het met zijn eigen boordradar oppikken en de machine afschieten.
Meestal gebeurde dat door een stukje onder de bommenwerper te gaan vliegen en zich aan te passen aan diens snelheid. Omdat de meeste Engelse bommenwerpers aan de onderzijde 'blind' waren, wisten de neergeschoten bemanningsleden, die het overleefden, later vaak niet te vertellen door wie of wat hun vliegtuig geraakt was. De piloot van de nachtjager trok zijn machine namelijk steil omhoog en in die beweging schoot hij op de vleugeltanks van de tegenstander, waardoor dat toestel in brand vloog. Deze methode werd door de nachtjagerbemanningen een aanval 'Van-achter-onderen' genoemd.

Eén van de 'azen' van vliegveld Venlo was in die junimaand van 1943 de Hauptmann Manfred Meurer. Hij had op dat moment al 41 overwinningen geboekt op geallieerde vliegtuigen en ook hij steeg die nacht op om op zoek te gaan naar de toestellen die het Nederlands luchtruim binnen waren gevlogen, op weg om zijn vaderland te gaan bombarderen. In zijn Me-110 zat zijn Bordfunker de Oberfeldwebel Scheibe met wie Meurer zijn meeste overwinningen behaalde. Scheibe zou trouwens de eerste marconist van de Duitse nachtjacht zijn die de hoge onderscheiding het ridderkruis, kreeg uitgereikt. In de vroege morgen van 15 juni 1943 - na 01.02 uur want toen haalde hij boven Weert zijn 42ste vliegtuig neer (de Lancaster W4936 van RAF 44)
maar wordt ook door FLAK-batterijen 3./591 en 4./591 geclaimd - maakte Meurer contact met de nietsvermoedende bemanning van de EE-167. Een dodelijk contact...

Ergens boven Sittard wist Meurer de viermotorige Lancaster met zijn boordgeschut te raken en de machine vloog in brand. Wie zal zeggen wat er in de hoofden van de ongelukkige bemanningsleden omging op het moment dat zij beseften dat hun vliegtuig de veilige basis in Engeland nooit meer zou halen? En waarom is de bemanning niet in haar geheel 'uitgestapt'? Vragen waarop wel nooit iemand een antwoord zal krijgen. De Brits bemanningen hadden over het algemeen een bijna heilig vertrouwen in 'hun' piloten. Misschien heeft Cope geprobeerd ergens een noodlanding te maken wat een aantal bemanningsleden ongetwijfeld een beter idee geleken zal hebben dan een ongewisse sprong met een parachute in een verduisterde wereld. Misschien ook zijn er door het salvo van Meurer bemanningsleden gewond geraakt, waardoor zij niet konden springen en heft de piloot hen niet aan hun lot willen overlaten en daarom besloten te trachten de kist aan de grond te zetten. Hoe het ook zij, tijd om te springen hebben de mannen (zover als ik het kan beoordelen) in ieder geval niet gehad.

Met een huilend geluid en brandend als een fakkel, daverde het toestel in zijn laatste vlucht over Schinveld om, zonder schade aan gebouwen e.d. aan te richten, neer te storten in het bos.
Jammer genoeg beschikt het archief van de gemeente Onderbanken over geen enkel document 
betreffende deze crash. Ongetwijfeld zal er destijds een proces-verbaal zijn opgemaakt, maar waar een eventueel afschrift gebleven is? Ik kon er nergens eentje achterhalen. Daardoor was het voor mij niet mogelijk na te gaan, wáár de twee overlevenden werden aangetroffen en in welke staat. 
Vast staat in ieder geval, dat Booth en Matheson de crash overleefden en, beiden gewond, gevangen werden genomen. Wat een toeval dat uitgerekend de Engelsman en de Canadees overleefden terwijl de vijf Australiërs jammerlijk omkwamen! Mogelijk zijn die twee er op het laatste moment nog in geslaagd om uit de machine te springen. Naar verluidt zouden twee lijken - zonder hoofd - in de resten van het vliegtuig zijn aangetroffen; lag één lijk niet ver van het wrak verwijderd en lag honderden meters verder een vierde lijk in een weiland en zou de vijfde dode, hangend aan zijn parachute in een boom van het bos aan de Bouwberg zijn gevonden.

Een Duits bericht vat het zo samen: '15.06.1943, 01.11 Uhr, Absturz einer Lancaster bei Schinveld (2Km südöstlich Schinveld), südostwärts Sittard durch Hauptmann Meurer, 1NJG1 Venlo. Besatzung 7 Mann davon 5 tot, 2 schwer verletzt. Flugzeug durch Bombendetonation vollkommen zerstört, Trümmer liegen im Umkreis von 2Km.'
(Bron: Wim Goedmakers, 11-2008)
De vijf lichamen werden door de Duitsers overgebracht naar Venlo, waar twee
- groter wordende - begraafplaatsen waren ingericht: één voor de gesneuvelde 
Luftwaffe-bemanningen en één voor de neergehaalde vijanden. Daar kregen de
Australiërs de graven genummerd 322 tot en met 326. Na de oorlog werden deze kerkhoven geruimd. De Duitse gesneuvelden werden herbegraven op het grote kerkhof in IJsselsteyn onder de gemeente Venray. De stoffelijke overschotten van de Engelsen 
(en óók de Australiërs van Schinveld) vonden een laatste rustplaats op begraafplaats Jonkerbos in Nijmegen. Jonkerbos War Cemetery contains 1.629 Commonwealth burials of the Second World War, 99 of them unidentified, and 13 war graves of other nationalities.

De wrakstukken van de Lancaster werden op een grote truck geladen en zijn vermoedelijk, 
uiteindelijk terechtgekomen op het terrein van de zogenaamde 'Zerlegebetrieb' in Utrecht/Kanaaleilanden; in 1944 gingen de resten van Zuid-Nederlandse vliegtuigwrakken naar het Zerlegebetrieb van concentratiekamp Vught.
In zo een bedrijf sorteerden gevangenen de voor de Duitse economie nog bruikbare metalen en andere onderdelen uit de neergehaalde vliegtuigen van vriend en vijand. 
Kleine stukjes (gesmolten) aluminium en een enkele scherpe mitrailleurpatroon uit het boordgeschut, zijn nog steeds op de crashplaats te vinden. Verder herinneren enkele gedeeltelijk verminkte bomen er aan dat op die plek de Lancaster brandend neerplofte en daarbij vijf jonge mannen, zo ver weg van hun vaderland, een gruwelijke dood in sleurde.

Booth en Matheson werden zoals gezegd krijgsgevangen gemaakt. Booth keerde op 17 april 1945 terug in Engeland.Hoewel Matheson eveneens gevangen werd genomen, keerde hij reeds op 16 september 1944 in Engeland terug. Was hij ontsnapt?
Leden van De Veersjprunk proberen te achterhalen of beiden nog leven om met hen in contact te komen. Dat is een moeizaam en langdurig onderzoek dat nog niet was afgesloten bij het schrijven van dit artikel. 
NB Samen met Bert Booth - een neef van Ernest Booth - vond de webmaster de weduwe van Matheson in Toronto Canada. Matheson was dermate gewond dat hij nog in de oorlog is uitgeruild voor Duitse krijgsgevangenen.
Op de foto: Ernest Booth met zijn vrouw Dorothy.


Misschien voor de lezer nog interessant te vermelden, dat in diezelfde juni-maand van 1943 de I./NJG 1 (vanaf Venlo) een record behaalde in het neerschieten van vijandelijke vliegtuigen. Dat gebeurde in de nacht van 21 op 22 juni. De nachtjagers van Venlo vernietigden toen 25 Britse bommenwerpers. Die bewuste nacht waren door de RAF 705 machines ingezet. Tweeënveertig daarvan werden alleen al boven Nederland neergehaald. In één nacht!

Overigens haalde Hauptmann Meurer (rechts op de foto met Scheibe links) het einde van de oorlog óók niet. Ongeveer een halfjaar later, in de nacht van 21 op 22 januari 1944, botste Meurer vliegend in een ander type nachtjager - een Heinkel 219 - tegen een aangeschoten Britse Mosquito. Beide vliegtuigen stortten brandend neer waarbij Meurer en zijn marconist Scheibe de dood vonden. Meurer was op dat moment Grupppenkommandant van Venlo, had 65 Abschüsse op zijn naam staan en was toch pas 25 jaar oud. 

In de nacht van 15 op 16 juli 1943, dus precies een maand later ging een andere viermotorige bommenwerper, ditmaal een Halifax brandend neer boven Brunssum. Het gehele staartstuk brak daarbij af en stortte, de staartschutter meesleurend, neer op het steenstort van de Staatsmijn Hendrik, daar waar tegenwoordig het materiaaldepot van het Amerikaanse leger is gevestigd. De rest van de machine passeerde de grens met Duitsland en viel neer ergens achter de boerderij 'Ora et Labora' die daar vroeger stond. Maar dat is weer een ander verhaal.


Bert Spoelstra, 'Vereniging Historie Schinnen',
Bronnen: privé-archief , J. in 't Zandt te Blerick
Vliegveld Venlo deel I en II van Jan Derix/Harrie Keulards
Wespennest Leeuwarden, deel l, II en III van Ab Jansen
From the diary 14/15 June 1943 of RAF BomberCommand 

197 Lancasters and 6 Mosquitos to Oberhausen. This target was also cloud-covered but once again the Oboe skymarking was accurate. 17 Lancasters lost, 8,4 per cent of the force.
De EE 167 had deze bommenlast aan boord: 'Bomb load 1x4000lb, 56x30lb, 690x4lb incendiaries'.

Het vervolg
Naar aanleiding van de bijdrage van Bert Spoelstra sprak de redactie van Jaarboek 1994 met getuigen van de crash van de Lancaster. De verhalen kwamen aardig overeen met de bevindingen die Spoelstra reeds had opgeschreven. De meest bijzondere reactie kwam van oud-Schinveldenaar Pierre Dela Haye.
Zijn relaas: "Zelfs in Amerika wordt over de crash van 1943 gesproken. In Mesa, Arizona, bezocht ik onlangs Huub Giebels, die in de Emmastraat dicht bij de plek woonde waar de bommenwerper neerstortte. Huub en ik haalden herinneringen op en daarbij kwamen de volgende wetenswaardigheden naar voren. Half Schinveld heeft de bommenwerper bezocht en bekeken en velen hebben zaken meegenomen die ze dachten te kunnen gebruiken. Zo ook Giebels sr en mijn vader, die bakker was. Ze hebben in het bijzijn van Huub en mij het
carter van een motor afgenomen en de olie in een grote kan en enkele flessen meegenomen. Giebels sr stak in het carter een slangetje en zoog de dikke olie op.

Waarschijnlijk zat een propje in de slang, want toen dat losschoot kreeg hij de volle lading binnen voordat hij het slangetje in de kan kon stoppen. Toen hij het had uitgespuugd zei hij; "Dat sjmak neet sjlech." Maar enkele minuten later stond hij in de struiken over te geven. De olie was goud waard, want het spul was erg schaars. Mijn vader had een klein machientje om olie uit maanzaad te maken. Daarvan waren door gebrek aan smering de lagers vastgelopen en dat is toen met die olie gesmeerd. 't Heeft nog zeker een jaar gelopen. Bij Mols in de Broekstraat zijn er alle werktuigen mee gesmeerd. Ook heel wat fietsen, zoals die van 'Piet van de Lins' (Linssen), piepten daarna een stuk minder. En dan een tweede voorval met die Lancaster. Omdat mijn moeder in de winkel moest werken kon ze pas 's avonds gaan kijken.
Huub Giebels, Dré Wetzels en ik gingen mee. Ik herinner me dat drie leden van de bemanning dood op hun rug in een greppel lagen. Een verschrikkelijk gezicht met al die vliegen. Toen we wat rondgekeken hadden liep mijn moeder naar het veld in de buurt en begon bloemen te verzamelen. We deden mee en al gauw hadden we flinke hoeveelheden. Toen we ze bij de vliegers wilden leggen sorteerde mijn moeder ze eerst op kleur. En zo kwam er een dikke rood-wit-blauwe deken over de lichamen te liggen. We hadden echter buiten de Duitsers gerekend, want opeens was er een hoop geschreeuw en gebrul en werd mijn moeder in een soort jeepje geslagen en weggereden. Wij zijn toen naar huis gegaan en ik heb het mijn vader verteld. Mijn moeder is de dag erna vrijgekomen. Ze hoefde geen boete te betalen. Maar mijn vader laadde 's morgens de bakfiets vol met allerhande etenswaar en andere zaken en vertrok. Wie dit alles heeft gekregen voor de vrijlating van mijn moeder heb ik nooit vernomen. Maar ik was wel mijn kleine accordeon kwijt die ik van een oom had gekregen!"


Door dit relaas heeft de webmaster contact gehad met mw Lamerichs van de Veersjprunk, Bert Booth, Pierre Dela Haye (+ 2004), Hens Jansen en Twan Ernst.
Hens Jansen:
'The plane crashed into the backyard of his parental home, and his sister Hetty Jansen still lives there. All their windows were broken after the crash and they had cracks in their housewalls. 
He told me that he remembers that shortly after the crash a German lieutenant was standing guard nearby when an amazone came riding. He first tried to wave her off, but then suddenly stood to attention. It appeared to be the countess of Amstenrade mrs De Marchant d'Ansembourg on her horse. She came looking if the plane had crashed into her woodlands. The count and countess were pro-German. He was the gouvernor of our province in the war. She was a German aristrocrat Freifrau von Fürstenberg. Amstenrade is about 6 km from Schinveld.'
Hens also found the beheaded tailgunner with his part of the plane and chocolate and cigarettes. He told me that he knows a person in Schinveld who has a part of one the (wooden) propellers of the plane. He also told me that the tyres of the landinggear were stripped and put on their bycicles. After that he could see if his brother was home on his bike because of the profile on the road. 
Venlo war-cemetery 
The webmaster also called the city of Venlo. Were the crew was buried at first. The cemetery was at the Doktor Blumenkampstraat where now the Venlo City Archive is located at nr 1. 
Before it was the street in which the former hospital was located. There is nothing left of the cemetery. But there is information on it in the City Archive. They are open tuesday - friday from 10 - 16.30 hours and on saturday from 10 - 16. Mr Twan Ernst is one of the persons to contact. Tel 0031 77 321 95 15.


Twan Ernst:

'In antwoord op uw bovenvermelde e-mail bericht ik u dat op de militaire begraafplaats aan de noordzijde van de Dokter Blumenkampstraat (in de volksmond oorlogskerkhof genoemd) niet alleen vliegers werden begraven. De daar begraven geallieerde militairen zullen wel voor verreweg het grootste gedeelte leden van vliegtuigbemanningen zijn geweest, omdat er hier vrijwel geen geallieerde grondmilitairen zijn omgekomen.
Voor de Duitse militairen gold dit echter geenszins. Dat waren juist militairen van allerlei onderdelen, voornamelijk grondsoldaten afkomstig uit Noord- en Midden-Limburg. En omdat Venlo een militair vliegveld had zullen er ook hiervan wel enkele omgekomen of gewoon overleden militairen begraven zijn geweest. Enkelen ook bewust níet, namelijk een handvol Duitse militairen dat in hun ogen minder eervol is gestorven (namelijk door zelfdoding). Die zijn op de algemene begraafplaats in Venlo begraven.'


Pierre Dela Haye (begin 2004):
'Ik heb van Booth nog niets gehoord. Maar wel contact gehad met mevr. Benders die in die tijd zowat 20 jaar zal zijn geweest. Die heeft over die tijd en die gebeurtenis een dagboek bijgehouden. Ze zal het nakijken, maar heb geduld - ze is 80 en aan het verhuizen - en me terugbellen. Ik ben ook achter een Hens Splitthoff aan. Die woonden naast Jansen en deze Hens heeft in de oorlog gedwongen in Peenemünde gewerkt. Of dat misschien een straf was omdat hij een piloot geholpen heeft weet ik niet. Als je op de plek bent geweest dan heb je zeker de bomkrater nog wel kunnen vinden. Het vliegtuig lag ca. 100 meter richting Russcherhof, zeker niet verder. Dat is volgens mij het bewijs dat ze wel degelijk getracht hebben evt. dorpen of huizen te sparen. Anders gooi je die bom toch niet zo laat af, met het risico dat je jezelf uit de lucht blaast. Maar Booth kan dat wel ophelderen. Maar zoals gezegd, van Bert nog niets gehoord.'


Fred Aldworth van de Air Force Association of Canada (Box 2460 Stn D Ottawa, ON K1P 5W6 
Tel: 613 992 3962 Fax: 613 995 2196
aldworth@airforce.ca) meldde ons dat ene WR Matheson 
zijn adres was gevonden op internet: WR Matheson, 44 Jackes Ave, Toronto, ON, M4T 1E5,Tel: 416 925 7255. Dat bleek het adres van zijn weduwe te zijn.


Bert Booth:
'I spoke to Mrs Matheson in Canada. Sadly he passed away in 2002. He had 16 operations on his leg in Germany and was exchanged as a POW. I have called his son and left my email address so more news later. You have done a superb job my friend.'


Australian War Memorial GPO Box 345, CANBERRA ACT 2601, Phone: +61 2 6243 4315, Fax: +61 2 6243 4545, Website: www.amw.gov.au meldde ons: 'However I have located a Sgt E Booth 1135352, POW no. 74, listed in 'Prisoners of War, Naval and Air forces of Great Britain and the Empire 1939-1945' as a member of the RAF who was sent to Stalag Luft 6 at Heydekrug (een kamp dat in juni 1943 open ging vlak bij het huidige Silute in Litouwen). Sgt Matheson is not listed in this publication.' Maar toen hadden wij Matheson al gevonden.


Mr Splitthoff:

'I was already in Germany when the plane crashed'. So he was not sent there because of helping the crew, as Pierre Dela Haye assumed. 'In front of me parental home the Germans found the head of one of the crewmembers, me mother told me after the war.' 
The Splitthoffs were the neighbours of the Jansen family (Hetty and Hens) where the plane crashed nearby.
Wim Goedmakers:

Hij meldt in november 2008: 'Als lid van de Padvinders / Verkenners heb ik gedurende de naoorlogse jaren het graf van Flight Sergeant D.S. Finlason geadopteerd.'
Wim leverde het Duitse bericht en de bommenlast van het vliegtuig.
Hij heeft contact met familieleden van Finlason. Via Wim kreeg ik in juli 2009 ook de foto van Donald Finlason. Die kreeg hij op zijn beurt van Jane Lacey, dochter van Donalds broer Max.


Marcel Hogenhuis:

Hij is de voorzitter van de Stichting Ehemaliger Fliegerhorst Venlo/Herongen en voegt in december 2008 nog dit toe: 'Bedankt voor het uitgebreide artikel. Er zitten een paar onduidelijkheden/onjuistheden in:
- Lancaster EE167 heeft (naast de opengewerkte schets) de rompcode AR-N, iets verder (naast de foto) de rompcode AR-R. Het is N.
- Venlo was niet het grootste en modernste vliegveld van de Luftwaffe in Europa.
- Messerschmitts van het type 110J hebben nooit bestaan, Bf 110 is de enige juiste benaming.
- In juni 1943 hadden de nachtjagers boordradar zodat de zgn. "Jägerleitoffizier" (op de grond) slechts de nachtjager in de nabijheid van de bommenwerper hoefde te leiden. Daarna kon de bemanning met boordradar zelf een interceptie uitvoeren.
- Meurer boekte in de nacht van 14/15 juni 1943 zijn 42e, 43e (Schinveld) en 44e luchtoverwinning.
- Meurer maakte niet om 01.00 contact met de Schinveldse Lancaster, omdat hij om 01.02 zijn eerste slachtoffer van die nacht neerhaalde bij Weert (Lancaster W4936), de onderschepping moet kort daarna tot stand zijn gekomen.
- In 1943 eindigden de meeste wrakken nog bij het Zerlegebetrieb in Utrecht / Kanaleneiland, pas in 1944 kwam ook zo'n sloperij in Zuid-Nederland als onderdeel van Kamp Vught.
- De I./NJG 1 haalde in de nacht van 21/22 juni 1943 niet 11 maar 25 bommenwerpers neer van de in totaal 42 verloren gegane bommenwerpers.'

De webmaster heeft deze opmerkingen in de tekst verwerkt.
Zijn opmerkingen hierbij: De Weertse overwinning staan ook geboekt als FLAK-abschuss. Dat zoeken we verder uit.
 
 
EE 167 Schinveld